Rentevastperiode
De rentevastperiode is een van de belangrijkste keuzes bij het afsluiten van een hypotheek. Het is de periode waarin je rentepercentage gelijk blijft, ongeacht wat er op de markt gebeurt. Een korte periode betekent meestal een lagere rente maar meer onzekerheid, een lange periode juist meer zekerheid tegen een hogere rente.
Wat is een rentevastperiode?
Een rentevastperiode is het aantal jaren waarin je met je geldverstrekker een vast rentepercentage afspreekt. Gedurende die periode verandert je maandbedrag aan rente niet, ook niet als de marktrente stijgt of daalt. Bij variabele rente ontbreekt deze zekerheid, de rente kan dan maandelijks of per kwartaal wijzigen. De rentevastperiode gaat in op het moment dat je de hypotheek passeert bij de notaris of bij de start van een nieuw renteaanbod.
Welke rentevastperiodes kun je kiezen?
De meeste geldverstrekkers bieden rentevastperiodes aan van 1, 5, 7, 10, 15, 20 en 30 jaar. Daarnaast is variabele rente mogelijk, waarbij de rente de marktontwikkeling direct volgt. Over het algemeen geldt dat een langere rentevastperiode leidt tot een hogere rente. Banken willen immers gecompenseerd worden voor het langer vastleggen van hun inkomsten. Ook de verhouding tussen de hypotheekschuld en de woningwaarde speelt mee: hoe hoger de loan-to-value, hoe hoger meestal het rentepercentage.
Korte versus lange rentevastperiode
Een korte rentevastperiode van bijvoorbeeld 1 of 5 jaar geeft je toegang tot een lagere rente, maar je weet aan het einde niet zeker hoe hoog de rente dan is. Zitten de rentes op dat moment hoger, dan stijgen je maandlasten. Een lange rentevastperiode van 20 of 30 jaar geeft je tientallen jaren zekerheid over je woonlasten, maar je betaalt daar een renteopslag voor. Kies je voor variabele rente, dan heb je doorgaans de laagste instaprente maar maximaal renterisico.
Rentevastperiode en de toetsrente van de AFM
De Autoriteit Financiële Markten stelt elk kwartaal een toetsrente vast. Deze toetsrente wordt gebruikt om te berekenen hoeveel je maximaal mag lenen wanneer je kiest voor een rentevastperiode korter dan tien jaar. De toetsrente ligt doorgaans hoger dan de werkelijke marktrente, waardoor je bij een korte rentevastperiode minder kunt lenen. Kies je voor tien jaar vast of langer, dan wordt gerekend met de werkelijke rente die je met de geldverstrekker afspreekt. Voor veel huizenkopers betekent dit dat tien jaar of langer vast aantrekkelijker is om voldoende leencapaciteit te hebben.
Wat gebeurt er aan het einde van de rentevastperiode?
Drie maanden voor het aflopen van je rentevastperiode ontvang je van je geldverstrekker een renteaanbod met de beschikbare opties voor een nieuwe periode. Je kunt het aanbod accepteren, een andere rentevastperiode kiezen, of overstappen naar variabele rente. Ook kun je op dit moment zonder boeterenteoversluiten naar een andere geldverstrekker met een scherper aanbod. Doe je niets, dan kiest de bank meestal automatisch dezelfde rentevastperiode als daarvoor.
Rentevastperiode, boeterente en rentemiddeling
Wil je tijdens de rentevastperiode je rente verlagen, bijvoorbeeld omdat de marktrente fors is gedaald, dan breek je het rentecontract open. De bank rekent dan boeterente omdat zij inkomsten missen over de resterende looptijd. Een alternatief is rentemiddeling, waarbij de boete wordt verwerkt in een nieuwe, gemiddelde rente voor een langere periode. Beide opties hebben effect op je toekomstige rentevastperiode, dus laat je goed voorlichten voordat je een keuze maakt.
Hoe kies je de juiste rentevastperiode?
De juiste keuze hangt af van drie factoren: je behoefte aan zekerheid over je maandlasten, je verwachting over de renteontwikkeling en je financiële ruimte. Heb je weinig marge in je maandbudget, dan is een langere rentevastperiode verstandig om renterisico uit te sluiten. Verwacht je binnen enkele jaren te verhuizen, dan kan een kortere periode aantrekkelijker zijn. Voor wie maximaal wil lenen, is een rentevastperiode van tien jaar of langer bijna altijd het voordeligst vanwege de toetsregels van de AFM. Een onafhankelijke hypotheekadviseur brengt de gevolgen van elke keuze voor jouw situatie concreet in beeld.
Rentevastperiode in relatie tot hypotheekrenteaftrek
De rente die je gedurende de rentevastperiode betaalt, valt onder de hypotheekrenteaftrek mits je hypotheek voldoet aan de fiscale voorwaarden. De rentevastperiode zelf beïnvloedt het aftrekpercentage niet, maar wel het totale bedrag aan betaalde rente over de looptijd. Een lange rentevastperiode met een hogere rente betekent meer renteaftrek in absolute zin, al moet je dat wegen tegen de hogere maandlasten. Bij NHG krijg je doorgaans een renteopslag-korting van 0,3 tot 0,5 procentpunt, ongeacht de gekozen rentevastperiode.
Afspraak plannen
Plan een gratis en vrijblijvend gesprek in met een van onze adviseurs.
Veelgestelde vragen over de rentevastperiode
Dat hangt af van je persoonlijke situatie. Wil je zekerheid over je maandlasten en heb je weinig financiële ruimte, kies dan voor een langere periode zoals 20 of 30 jaar. Verwacht je snel te verhuizen of heb je veel marge, dan kan een kortere periode aantrekkelijk zijn. Voor wie maximaal wil lenen, is tien jaar of langer vaak het gunstigst door de toetsregels van de AFM.
Bij een rentevastperiode korter dan tien jaar moeten geldverstrekkers rekenen met de toetsrente die de AFM elk kwartaal vaststelt. Deze toetsrente ligt doorgaans hoger dan de werkelijke marktrente, waardoor je minder kunt lenen. Bij tien jaar vast of langer mag gerekend worden met je werkelijke rente. Daardoor is tien jaar vast vaak gunstig voor wie de leencapaciteit wil maximaliseren.
Ongeveer drie maanden voor het aflopen krijg je van de geldverstrekker een renteaanbod met nieuwe opties. Je kunt het aanbod accepteren, voor een andere rentevastperiode kiezen, overstappen naar variabele rente, of boetevrij oversluiten naar een andere bank. Doe je niets, dan kiest de bank meestal automatisch dezelfde rentevastperiode als daarvoor, tegen het actuele tarief.
Ja, maar alleen tegen betaling van boeterente. De bank loopt dan rente mis over de resterende periode en berekent daar een vergoeding voor volgens de AFM-leidraad. Een alternatief is rentemiddeling, waarbij de boete wordt verrekend in een nieuwe gemiddelde rente voor een langere periode. Zonder boete wijzigen kan meestal alleen op de afloopdatum van de lopende rentevastperiode.
Bij variabele rente wijzigt de rente vaak maandelijks of per kwartaal met de marktrente mee. De instaprente is meestal lager dan bij een vaste periode, maar je loopt volledig renterisico. Variabele rente past bij mensen die flexibiliteit willen of binnen korte tijd verhuizen. Voor de meeste huizenkopers biedt een vaste rentevastperiode meer rust en voorspelbaarheid.
